Reizen (518)
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Voorjaar 2004
Miami Airport: Grof & Onbeschoft
In theorie klopte het. Vlucht MP 645 van Martin Air zou om kwart voor drie landen op Miami International Airport in Florida. Om kwart over vier zou in het Dolphin Stadium de honkbalwedstrijd tussen de Florida Marlins en de Chicago Cubs beginnen.
Ik zou een taxi nemen naar het stadion en na afloop slapen in het Catalina hotel aan Collins Avenue. In mijn binnenzak zat een perskaart voor die wedstrijd. Recht achter de BACKSTOP zou ik zitten met een riant uitzicht op het speelveld. De volgende ochtend om negen uur zou ik doorvliegen naar Bolivia. Zware bagage kon in de kluis op het vliegveld.
Mooier kon het allemaal niet.
Vlucht 645 arriveerde op tijd. Het vliegtuig werd snel ontruimd. Dat ging dus voorspoedig. Tot ik arriveerde in de aankomsthal. Bij de douane stonden duizenden mensen in achttien rijen van minstens vijftig meter lang te duwen en te trekken. Een volstrekte chaos.
DOUANEVERKLARING
Miami is dé doorvoerhaven voor passagiers die naar Midden- en Zuid-Amerika gaan.
Zij mogen niet in transit blijven, maar moeten sinds 11 september 2001 allen door de douane. Met een douaneverklaring, die je zeer exact moet invullen.
Als je een correctie maakt, iets vergeet of iets verkeerd invult, is het mis.
Vul bijvoorbeeld niet Holland in, want je krijgt gegarandeerd problemen.

TOT DIEP IN DE ANUS
Een paar Colombianen, die voor mij in de rij stonden waren na ruim drie uur wachten aan de beurt. Ze hadden een ander formulier in het Spaans ingevuld, maar dat was niet naar wens van de mevrouw achter het loket. Zij reageerde grof en onbeschoft en stuurde de mensen terug. Zij wees naar achteren en zei: “Ga maar terug. Daar achter zijn mensen, die je helpen om het formulier in het Engels in te vullen’.
Zo mogelijk nog onbeschofter waren de mannen & vrouwen, die de bagage controleerden. Een ieder, die er een beetje Arabisch uitzag werd er uitgehaald en gecontroleerd. De spullen werden uit de tassen gehaald, op een hoop gegooid en niet terug gestopt. De mensen werden ook uitvoerig gefouilleerd. Sommigen verdwenen in hokjes, waar ze -werd mij verzekerd- tot diep in hun anus werden gecontroleerd.
Waarop?
Tja.
Narcotica mag je niet binnen brengen. Chemicaliën ook niet. Medicijnen alleen met een doktersverklaring,.
Verder is het verboden om bij je te hebben: fruit, groenten, planten, plantaardige producten, aarde, vlees, vleesproducten. Ook geen vogels, slakken en andere levende en/of wilde dieren.
ONGEACHT HET BEDRAG.
Om nog even te onderstrepen, dat je hier een echt kapitalistisch land binnengaat, leer je dat het vervoer van valuta of waardepapieren -ongeacht de waarde- natuurlijk wel is toegestaan.
In mijn handbagage zat een pakje stroopwafels, waarvan de stroop steeds stroperiger werd. Die had ik bij me op verzoek van een Nederlandse mevrouw bij wie ik in Bolivia op bezoek zou gaan. Twintig meter voor het loket, heb ik dat spul maar in een vuilnisbak gekieperd.
En de wedstrijd… ach de wedstrijd was in de laatste inning toen ik op mijn hotelkamer arriveerde.
Gelukkig verloor het team uit Miami dik.
- Details
- Categorie: Reizen (518)

Een koloniale vlag

In de Brits koloniale vlag van Barbados, het op twaalf na kleinste land ter wereld, zien we vrouwe Brittania “ruling the waves”. Staand in een schelp en voortgetrokken door twee paarden, houdt ze Neptunus’ drietand strijdlustig in haar hand.
De afgebroken drietand
(Door Rolf Weijburg)
Toen Barbados in 1966 onafhankelijk werd, werd de nieuwe Barbadiaanse vlag gehesen: drie verticale banen blauw, geel, blauw met in het gele vlak ook een drietand.
Maar deze drietand heeft geen steel, het is een afgebroken drietand ten teken van de breuk met het voormalige moederland.
Bij de ceremonie in de nacht van 29 op 30 november 1966 werd ook het nieuwe volkslied “In plenty and in time of need” ten gehore gebracht.
In plenty and in time of need
When this fair land was young.
Our brave forefathers sowed the seed
From which our pride was sprung,
A pride that makes no wanton boast
Of what it has withstood,
That binds our hearts from coast to coast
The pride of nationhood.
Refrein:
We loyal sons and daughters all
Do hereby make it known
These fields and hills beyond recall
Are now our very own.
We write our names on history's page
With expectations great.
Strict guardians of our heritage,
Firm craftsmen of our fate.
The Lord has been the people's guide
For past three hundred years.
With Him still on the people's side
We have no doubts or fears.
Upward and onward we shall go,
Inspired, exulting, free,
And greater will our nation grow
In strength and unity.
C. Van Roland Edwards
De muziek was geschreven door de Barbadiaanse componist C. Van Roland Edwards, die op dat moment bijna blind was en moest worden geholpen door zijn twee dochters die de muziek naar noten transcribeerden.

De tekst kwam van de hand van de Barbadiaans-Amerikaanse songwriter Irving Burgie.
Hij was een gelauwerd liedjesschrijver die grote faam behaalde met de songtekst voor de Caribische evergreen “Island in the Sun”, tot wereldhit gezongen door de Jamaicaans-Amerikaanse zanger Harry Belafonte.
Island in the Sun

In de film “Island in the Sun” (Trailer), waarin raciale ongelijkheid in de koloniale Cariben centraal staat, speelde Belafonte naast James Mason, Joan Fontaine en Joan Collins een hoofdrol. De film werd in 1956 uitgebracht en was grotendeels in Barbados opgenomen.
Farley

Protserig
Eén van de Barbadiaanse filmlocaties was het voor de gelegenheid nogal protserig gerestaureerde Farley Hill Mansion, eind negentiende en begin twintigste eeuw één van de meest luxueuze landhuizen op Barbados dat omringd werd door wat toen gold als de prachtigste tuinen van de hele Cariben, een uitbundige weelde aan exotische planten vanuit overal ter wereld.
Sinds de jaren dertig stond Farley Hill bijna permanent leeg en was het aardig gaan vervallen. Het huis bleef ook na de korte drukte tijdens de filmopnames leeg. Slechts enkele jaren nadat de filmcrew de deuren achter zich had gesloten, brandde het in 1857 gebouwde complex tot op de grond af.
Alleen de muren bleven over.

Nationaal park
Tegenwoordig is het hele gebied inclusief de nog steeds aanwezige ruïne van het landhuis Barbadiaans staatseigendom. Het is nu een nationaal park en af en toe worden er evenementen zoals het Barbados Jazz Festival georganiseerd.

Farley Hill National Park is een zeer geliefde plek op het eiland met fantastische uitzichten over het noordelijke heuvellandschap en de Atlantische oceaan.

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld
Klik HIER voor alle afleveringen
- Details
- Categorie: Reizen (518)
The song of the black-necked crane
Hij heette Michael. Kwam uit Oldenburg in het noorden van Duitsland. Hij was voor twaalf dagen mijn buurman. Voorjaar 1999.
Locatie: Een hotel in Thimphu, hoofdstad van Bhutan. Een onafhankelijk bergkoninkrijk aan de rand van de Himalaya tussen India en China. Ik had geen kamer in dat hotel, maar een appartement met twee slaapkamers, een huiskamer, een grote keuken en een nog grotere badkamer. Er was geen t.v.toestel, want er was toen nog helemaal geen televisie in dat land.
Het appartement bevond zich op de vierde etage. Er was geen lift en daarom moest ik vaak trappen lopen. En hoewel ik toen in behoorlijk goede conditie was kostte me dat toch iedere keer moeite want Thimphu ligt hoog, 2300 meter. En dat zorgt voor enige ademnood bij inspanning.
Michael was in betere conditie. Hij was vegetariër, dronk geen alcohol en leidde verder een zeer bewust sober en verantwoord leven. Hij was Boeddhist. Aanhanger van het Mahayana, een vorm van Boeddhisme, dat in Bhutan een soort staatsgodsdienst is. Overal in dat land zie je gebedsvlaggen en -molens en hoor je gebedsbellen. Op een bevolking van 600.000 mensen zijn 20.000 monniken.
Michael mediteerde iedere dag. Hij liet dan zijn deur open staan en zat meestal in de gang. De duur van de meditatie varieerde, net als het aantal keren.
Hij volgde gewoon zijn gevoel. Michael kon het –zei hijzelf- inmiddels naar behoren. Hij was begin veertig, maar al meer dan twintig jaar Boeddhist. Hij had in Tibet gemediteerd, in Ladakh, in Thailand en in Laos. In het begin volgde hij een soort groepslessen maar dat vond hij te toeristisch. Mediteren moest je alleen doen. En in Bhutan beviel hem dat ’t best.
Hij draaide muziek, Michael. Ook tijdens zijn meditatie. DIT SOORT MUZIEK.
Geïnspireerd door de Black-Necked Crane, een kraanvogel die iedere winter via Tibet en omstreken naar Bhutan trekt. Die kraanvogel is een soort nationaal symbool. Belangrijk voor de rijke Bhutanese cultuur. Her en der worden zelfs Black-Necked Crane-festivals gehouden, waarbij de deelnemers zich uitdossen als die vogels.

Ik heb diverse gesprekken gevoerd met Michael, want ik was behoorlijk geïntrigeerd door dat Boeddhisme. Hij geloofde onvoorwaardelijk in reïncarnatie en jawel hoor, hij zou best als kraanvogel willen terugkomen. Toen ik hem vertelde dat ik een monnik had ontmoet, die drie jaar, drie maanden en drie dagen achter elkaar had gemediteerd werd hij uitermate enthousiast. Kon hij deze man niet ontmoeten?
En toen ik ook nog vertelde, dat ik in Thimphu een inwijdingsritueel –een Puja- had bijgewoond, waarbij monniken op hallucinerende wijze met allerlei soorten toeters en bellen muzikale geluiden maken en daarbij ook zingen, wilde hij die opnames graag horen.
- Details
- Categorie: Reizen (518)

De Chattel Houses
(Door Rolf Weijburg)
Toen eindelijk, 31 jaar na de Britse afschaffing van de slavernij, in 1838 ook de 70000 slaven in het op twaalf na kleinste land ter wereld Barbados hun vrijheid kregen, bleek dat die vrijheid maar moeilijk te consumeren was.
De ex-slaven waren dan wel vrij, ze hadden geen land, geen werk en dus ook geen geld. Ze konden veelal wel weer aan de slag als onderbetaalde arbeiders op de plantages maar kregen voor huisvesting alleen de minst vruchtbare stukken grond van de plantages ter beschikking waarvoor ze, zij het weinig, huur moesten betalen. De huizen moesten ze zelf bouwen.
De plantage-eigenaren konden hun huurders zonder reden en op zeer korte termijn de huur opzeggen en die moesten vervolgens maar weer zien waar ze heen konden.
Om bij geforceerde verhuizing niet alles te hoeven achterlaten en elders weer helemaal opnieuw te beginnen is daardoor op Barbados het zogenaamde Chattel House ontstaan (Chattel betekent zoveel als roerend goed), een houten huis dat in één dag kon worden afgebroken, vervoerd en elders weer kon worden opgebouwd.

Standaard
De huizen waren uiteraard niet groot. Ze waren gebouwd van houten planken en balken die standaard op dezelfde lengtes waren gezaagd zodat ze eenvoudig op een kar of later een vrachtwagentje pasten. De huizen hadden allemaal een deur in het midden, met aan weerszijden een raam en een hoog en steil puntdak, waarop orkanen minder greep zouden hebben.
Binnen waren over het algemeen twee kamers, een huiskamer annex slaapkamer en erachter, vaak onder een aflopend dak, een keuken annex eetkamer. Chattel houses stonden op koraalstenen blokken die ter plekke verzameld werden. In geval van verhuizing moesten die op locatie worden achtergelaten, netjes en schoon op straffe van een boete.

Dorpen
Hele dorpen van deze huisjes ontstonden er en hele dorpen konden ook zomaar weer opeens verdwijnen. Omdat de grond waarop ze stonden geen publieke grond was kon de overheid er geen wegen, waterleiding of elektriciteit naar aanleggen. De plantage-eigenaren wel, maar die vonden het meestal niet de moeite waard.
De huizen konden eenvoudig worden uitgebreid naar meerdere kamers als daarvoor behoefte en geld was. Naarmate de arbeiders koopkrachtiger werden, kregen de huizen kleur en werden ze versierd met fraai houtsnijwerk. De ramen kregen ingenieuze luiken die naar gelang de behoefte aan meer of minder licht, op diverse manieren konden worden geopend en hier en daar verscheen een veranda of luifel. Sommige chattel houses leken een soort miniatuur kopieën van de grote koloniale plantagehuizen.

Hoewel de basisvormen min of meer gelijk bleven werd ieder chattel house anders dan de andere.

Straten
Langzaam veranderde de sociale en financiële positie van de chattel house bewoners en steeds vaker kon men zich permitteren om zich ook buiten de plantages te gaan vestigen waardoor de chattel houses in echte straten terecht kwamen.
Naarmate de welvaart op Barbados toenam begon men de chattel houses echter te klein te vinden, men kon zich groter veroorloven. De huisjes raakten in verval en verdwenen steeds meer uit het Barbadiaanse landschap.
Tegenwoordig is het chattel house onderdeel van het Barbadiaans nationaal erfgoed. Er worden chattel house postzegels uitgegeven, je kunt chattel house ijskastmagneten kopen, er zijn zelfs bedrijfjes waar je prefab chattel houses voor in de tuin kunt kopen en ook bij andere bouwsels wordt nogal eens aan het chattel house gerefereerd.

Holetown

Keurig opgeschilderd en fraai gerestaureerd is menig chattel house nu een nieuw leven begonnen als souvenirwinkel, koffietentje of reisbureau en op diverse locaties, zoals in Holetown, zijn kleine chattel house wijken omgetoverd tot kleurige tourist villages.
Verplaatst worden ze nooit meer.

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld
Klik HIER voor alle afleveringen
- Details
- Categorie: Reizen (518)
EEN BEDELBRIEF VOOR EEN MONNIK
Tijdens mijn bezoek aan Bhutan in 1999 ontmoette ik een hoge monnik: Lama Tsultrim. Dat gebeurde tijdens een puja, een inwijdingsfeest ter ere van de ingebruikname van het nieuwe gebouw van de SNV in de hoofdstad Thimphu van dit Boeddhistische land, dat hoog ingeklemd ligt tussen India en China.
Lama Tsultrim (46) vertelde mij dat hij in zijn leven al zes jaar, zes maanden en zes dagen gemediteerd had. In totale stilte en alleen levend op zwarte thee en kleine hoeveelheden fruit.
Hij vroeg of ik zijn sponsor wilde zijn, omdat hij binnenkort weer drie jaar, drie maanden en drie dagen achter elkaar wilde gaan mediteren. Sponsor, omdat er tijdens die meditatie ook weer veel geofferd moest worden.
Een paar maanden later ontving ik deze brief:
Het Lama Tsultrim Fonds
De brief verraste mij natuurlijk.
Want hoe gaat zoiets:
Hij vraagt of ik hem kan helpen en dan zeg je:
'tja eh... ik zal eens kijken of dat mogelijk is'.
Maar ja. Die brief.
Informatie in Bhutan leerde dat hij zo’n 2.500 gulden nodig zou hebben.
Ik richtte het Lama Tsultrum Fonds op en stuurde onderstaande bedelbrief aan vrienden, kennissen, collega’s en familieleden.

Hartelijk dank
Op een paar wantrouwige cynici na, reageerden veel mensen spontaan. Ik had het bedrag snel bij elkaar. Ruimschoots.
Er volgde gewoon per post een interessante briefwisseling, die mij ondermeer exotische postzegels uit Bhutan opleverde.
In 2.000 is hij zijn langdurige meditatie begonnen.
Hij is inmiddels een zeer hoog aangeschreven oppermonnik, die nog dagelijks mediteert.
Mede namens hem dank ik alle vriendelijke mensen, die mij destijds geld overmaakten.
Van hem heb ik nog eens deze Nieuwjaarswens ontvangen.

Subcategorieën
Reizen Aantal artikelen: 88
Pagina 61 van 106


