Reizen (518)

 

Voorjaar 2004 

Een bloedstollend mooie tocht

 

Geel & modderig

De monding van de Essequibo River bij Parika -ten westen van Georgetown de hoofdstad van Guyana in Zuid-Amerika- is tien kilometer breed.
      Er liggen verspreid in die monding talloze eilandjes. Het water is geel en modderig.
Ik zit met een zwemvest om in een soort sloep. Samen met René van Dongen, een Nederlander die hier voor Unicef werkt.
      De piloot is een goedlachse jongeman , die -als het even kan- zijn 150 PK motor op volle toeren jaagt.
Het is een enerverende tocht van zo’n 50 minuten voordat we bij de kust in de buurt van Spring Garden aanmeren.

 

Reservaat in het groen

We zijn op weg naar het Indianenreservaat Santa Rosa in het noordwesten van deze voormalige Nederlandse en Engelse kolonie.
      De mensen spreken hier Engels met een tongval die verrassend goed te volgen is.
We hebben speciale toestemming gekregen van het Ministerie van Indianenzaken om deze reis te maken.
      René is al eens in dit gebied actief geweest en het helpt dat zijn vrouw uit Trinidad op het Ministerie werkt.

 

Moruka River

We nemen een taxi en rijden naar het plaatsje Charity. ‘Nu begint het pas echt’, zegt René .
      Opnieuw klimmen we in zo’n bootje met buitenboordmotor.
Zes Indianen gaan met ons mee. Ze hebben heel veel spullen bij zich. Gekocht op de Stabroekmarkt in Georgetown.

We verlaten de Pomeroon River en gaan de Atlantische Oceaan op. Een half uurtje vaart het bootje met een snelheid van zestig kilometer per uur.
      Dan bereiken we de monding van de smalle Moruka River. De tocht wordt nu bloedstollend mooi.
Nog zo’n drie uur varen en dan bereiken we het plaatsje Moruka, dat ’t centrum is van het Santa Rosa Reservaat.

 

Huatzin
Het water is pikzwart.
      Mangrovebomen zijn er met luchtwortels.
En overal krijsen de meest exotische vogels, waaronder de Huatzin, de nationale vogel van Guyana.

Het landschap verandert langzaam in Savannen met wetlands.
      De rivier wordt soms een moeras, waar de piloot heel langzaam en behoedzaam moet varen.
Hij kent de rivier goed, want hij heeft deze tocht vaker gemaakt.
      Hij rept over een Mocco-Mocco vegetatie.

 

Uitgeholde boomstammen

  Wij stoppen twee keer om een paar Indianen uit te laten. 

      De boot kan hier niet aanmeren zodat de mensen met al hun spullen door het water moeten waden.
Soms komen we Indianen tegen in uitgeholde boomstammen. De piloot neemt dan gas terug en groet vriendelijk.
      Alles is rustig; alles is vredig.
We bereiken het dorpje en kunnen terecht in een zeer eenvoudige lodge aan de rivier. Zo'n twee kilometer buiten het plaatsje.
     
Kleine kamertjes met kreupele bedden.
Geen elektriciteit is hier en uit de kraan komt een klein straaltje koud water.

 

Amerindians

De volgende dag soppen we langs de rivier naar Moruka.
      Amerindians wonen hier. WaiWai’s en Arawaks.
      Zo’n 15.000 in het hele reservaat. In het dorpje wonen de mensen in eenvoudige huisjes.
Ze hebben een stukje grond en zijn zelfvoorzienend.

 

Uncle Basil

Op het plaatselijke marktje zijn vooral de eerste levensbehoeftes te koop.
      Vanuit omringende dorpen zijn de mensen met hun boomstammen over de riviertjes naar hier gekomen om spulletjes te verkopen. 
Er is een school en er is een kerk. De Katholieke Missie heeft ook in dit afgelegen gebied zijn sporen nagelaten.

De meest kleurrijke inwoner van Moruka is Uncle Basil. Een leraar, een dichter en een singer-songwriter.
      Hij maakt teksten over de Amerindians. Over de cultuur en de tradities. Maar ook over het verloren gaan van die tradities.
Het dorp ligt relatief dicht bij de kust en omdat steeds meer bootjes worden uitgerust met motoren komt de jeugd vaker in aanraking met andere culturen.
      Ze gaan dat volgens Uncle Basul steeds meer kopiëren en verloochenen zo hun eigen cultuur.
Hij pakt een gitaar en gaat zingen. Mooi, enigszins gedragen. Soms met een snik in zijn stem.
      Hij heeft een zeer zwaar gehandicapte zoon van twintig. De jongen kan niet lopen en niet praten. Hij kruipt zijn kamertje uit om naar zijn vader te luisteren.
      ''Dat doet hij altijd'', zegt Uncle Basil. ''Hij vindt het niet alleen mooi; het lijkt wel alsof ook hij wil vechter voor het behoud van onze tradities, onze zeden en gewoonten.  Bovendien heeft hij in de gaten dat er bezoek is''.

En dan met een brok in zijn keel: "Hij is een lieve jongen. Heel lief''.    

 

 

 

Whole day I drinking

In het voorjaar van 2004 was het warm, loom en vochtig in de straten van Georgetown, de hoofdstad van Guyana in Zuid Amerika. Ik was luchtig gekleed en had niet meer dan wat los geld bij me. Ik werd begeleid door twee lokale mannen. Onder mijn voet in een Nike-loopschoen zat een copy van mijn paspoort.
      Ik had namelijk een politierapport ingezien met criminaliteitscijfers. Schrikbarend. Het aantal moorden per inwoner bijvoorbeeld is drie maal zo hoog als in de USA, het aantal roofovervallen behoort tot het hoogste van Zuid-Amerika en huiselijk geweld lijkt meer regel dan uitzondering. En die cijfers waren volgens mijn zegsman nog geflatteerd. De politie was namelijk niet voldoende bemand. Volgens andere bronnen waren er ook politiemensen, die een aangifte voor wat geld lieten verdwijnen. Omdat het aantal toeristen laag is, zijn blanke voorbijgangers een gewild doelwit.
      Georgetown ligt dan wel in Zuid-Amerika, maar het heeft er verder niets mee te maken. Men spreekt er een basaal soort Engels, de bebouwing is Engels en Nederlands koloniaal, het land maakt onderdeel uit van het cricketteam van de West-Indies en men drinkt rum. Veel rum. En de muziek is Caraïbisch en niet Latijns-Amerikaans.
   

              

Om een uur of elf die ochtend belanden wij in een groot Rumhuis. Alleen toegankelijk voor mannen. Alles -inclusief de vloer en het plafond- is blauw in dit huis. Veel mannen zijn aangeschoten om niet te zeggen ladderzat. Ze zijn luidruchtig. Er wordt harde muziek gedraaid. Rummuziek, zoals ze mij duidelijk maken. Als je namelijk rum drinkt, moet je naar rummuziek luisteren.
      Een man stapt op mij af en zegt: ‘Hey man. Take a drink b’fore I kill ye‘
.

  

De rum is er in vele soorten. De beste is El Dorado. Een merk dat vrijwel ieder jaar wordt uitgeroepen tot de beste rum ter wereld. Het is er van 3, 5, 8, 12, 15, en 21 jaar oud.

En dan is er de muziek. Bijvoorbeeld:

Whole day I drinking

Rum drinkers

Rum is meh lover

Bring me the rum & Rum in the morning

 

 

Voorjaar 2004

Een kokosnoot als wicket

In het voorjaar van 2004 liep ik zomaar wat door de straten van Georgetown, de hoofdstad van Guyana in Zuid Amerika. Mijn begeleider was René van Dongen, die daar voor Unicef werkte en vlakbij zee woonde met zijn vrouw uit Trinidad en twee puberende nichtjes. In een stil straatje speelden jongens & een enkel meisje cricket. De bal was met elastiekjes in elkaar gefrommeld, het bat een platgemaakte boomstronk. Het wicket was een grote kokosnoot waarop ze wiebelende houtjes hadden gelegd.. Er waren goede spelertjes bij. Zelfs een kleine spinbowler, die veel grotere jongetjes regelmatig uitgooide.
      Cricket is de nationale sport in Guyana. Het is namelijk een voormalige Engelse kolonie. Hoewel: het is ook 200 jaar van Nederland geweest. En dat kan je zien aan de kanalen door de stad en een enkel sluisje. Je kunt het terugvinden in de architectuur van sommige oude gebouwen, er is een wijk die Werk & Rust heet; er is de Vlissingen road en alle boodschappen kun je doen op de Stabroekmarkt.
      Guyana heeft geen eigen cricketteam. Het is in deze sport onderdeel van de West-Indies. Daar zitten ook spelers in van Jamaica, St.Kitts en Nevis, Trinidad & Tobago en Barbados. Om er een paar te noemen.

In die weken in 2004 werd in de Caraïben het wereldkampioenschap cricket gespeekld.  Er deden zestien landen mee, waarvan vijftien met een Angelsaksische achtergrond. De zestiende was Nederland, dat dan ook geen schijn van kans maakte.     
       Toen wij door die straten liepen riepen de mensen met enige regelmaat ‘congratulations’. De West-Indies hadden de dag tevoren namelijk in Georgetown tegen Engeland gespeeld en voor ’t eerst in vele jaren hadden de Engelsen gewonnen. Iedereen ging ervan uit dat wij Engelse toeschouwers waren, die nog even de stad wilden zien..    

Het opgeknapte bordje

Aan de rand van het ''speelveld'' zat een zwaar gehandicapt jongetje in zijn rolstoel achter een tafeltje.
      Hij had daar spulletjes uitgestald om te verkopen.

Ondermeer dit bordje..

 

''Luxe'' spullen

De verkoop lukte niet zo goed. Er waren weinig mensen. Bovendien is Guyana een erg arm land. 
      Op Haïta na het armste land van ‘Het Westen’.
De mensen daar hebben geen geld om ’luxe’ spullen te kopen. Ook niet van een gehandicapt kind.

Toeristen zijn er in dit land maar weinig.
      Het was dus logisch dat de jongen al zijn hoop op mij gevestigd had.
Hij had ondermeer tasjes, ringen, schrijfpapier en bestek.
      Ik kocht een paar dingen, maar werd pas echt vertederd door het bordje.
Hij had ’t laten vallen.

 

 
Geen korting

Dat was natuurlijk heel jammer voor zijn nering en daarom had hij het bordje met veel geduld weer gelijmd.
      Hij wilde mij nog korting geven; dat heb ik maar laten zitten.

 

 


Twee bruggen en twee bruggetjes


(Door Rolf Weijburg)

      De hoofdstad van Barbados, het op twaalf na kleinste land ter wereld, heet Bridgetown. Maar als u denkt dat dat “de stad van bruggen” betekent, komt u bedrogen uit: Bridgetown kent slechts vier bruggen waarvan er twee nauwelijks de naam “brug” verdienen.
      Bridgetown is vernoemd naar slechts één brug, een houten brug over wat nu de Careenage of Constitution River heet, die al in de tijd van de Amerindianen zou hebben bestaan.

      Na aanvankelijk bij het wat noordelijker gelegen Holetown te zijn neergestreken besloten de Engelsen in de late zeventiende eeuw om in de redelijk beschutte Carlisle Bay waar ook deze brug lag, een stad te bouwen.
     
Indian Bridge

In die tijd was de “rivier” waarover de brug was gebouwd eigenlijk een aftakking van een stinkend en ongezond moeras waardoor de plannen voor de bouw van een stad in de directe nabijheid nogal werden bekritiseerd.
      Toch kwam die stad er: Bridgetown, in die tijd nog Indian Bridgetown, omdat de brug van de Amerindianen Indian Bridge werd genoemd. Het moeras werd grotendeels drooggelegd en het gekanaliseerde stukje water dat overbleef, kreeg de wat overdreven naam Constitution River.


East Bridge, West Bridge, New Bridge, Old Bridge

Slecht onderhoud, orkanen en branden bestookten de brug door de jaren en telkens werd hij weer hersteld, totdat het ding bij een grote overstroming in 1700 helemaal werd weggeslagen en in zee verdween. Toen werd besloten om wat verder landinwaarts een andere brug te bouwen die East Bridge als naam kreeg.
      Wanneer in 1760 op de oude plek waar vroeger de Indian bridge lag, tóch weer een brug gebouwd wordt, krijgt deze logischerwijs de naam West Bridge. In de volksmond werd de brug nu echter ook als New Bridge aangeduid, waardoor de East Bridge plotseling de Old Bridge werd.


Victoria Bridge

Bij een catastrofale overstroming in 1795 werden beide bruggen verwoest. De East Bridge werd vervangen door een nieuwe brug, die de naam Victoria Bridge kreeg. Op de plek waar eerder de West Bridge stond, de plek dus waar zich de allereerste brug van de Amerindianen bevond, verrees halverwege de 19e eeuw een nieuwe brug, een draaibrug die heel toepasselijk de Swing Bridge werd genoemd, maar officieel de Chamberlain Bridge heette, naar de Britse Secretaris van Koloniën, Joseph Chamberlain, die zich enorm had ingezet bij het verwerven van de noodzakelijke fondsen voor de bouw van die brug.


Chamberlain Bridge


Swing Bridge


Lift Bridge

In 2005 werd deze brug omgebouwd tot een hefbrug, maar in Bridgetown heeft men het nog steeds over de Swing Bridge, ook al swingt hij niet meer.

 

Lift Bridge (Open)


Charles Duncan O’Neil Bridge

De East Bridge die Victoria Bridge was gaan heten, werd in 1967 compleet verbouwd en verbreed. De nieuwe, weinig inspirerende brug kreeg de naam Charles Duncan O’Neil Bridge - naar één van de National Heroes of Barbados - en werd een belangrijke verkeersader.


Plaque


Dollarbiljetten

De  Chamberlain Bridge is inmiddels verkeersvrij en een dankbaar onderwerp voor een toeristisch kiekje, met het monumentale parlementsgebouw op de achtergrond waar bovenop altijd de Barbadiaanse vlag wappert.
      Men is er trots op, getuige de afbeelding ervan op de achterkant van alle Barbadiaanse Dollarbiljetten – 1, 2, 5, 10, 50 en 100 Dollar -, in alle series vanaf 1973.


"Landmarks''

Toen in 2013 voor het eerst in 40 jaar het design van de Barbadiaanse bankbiljetten werd veranderd verdween de Chamberlain Bridge en figureerden andere “landmarks” op de achterzijden van de waardepapieren.
     De Charles Duncan O’Neil Bridge bijvoorbeeld.

 

 

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 
De tweebaansweg naar Bridgetown

 

Rumshops & busjes

  

  (Door Rolf Weijburg)

   De meeste wegen op Barbados, het op 12 na kleinste land ter wereld, zijn tweebaans, smal en vol met auto’s.
        Zo ook Highway Number 7 (onder op de kaart), die door dicht geürbaniseerd gebied langs de zuid- en zuidwestkust naar Bridgetown, de hoofdstad, loopt.
      Highway is wel een beetje een groot woord voor deze tweebaansweg.

Doorgangsroute

Het is meer een smalle doorgangsroute vol gelijkvloerse kruisingen, die zich tussen huizen, kerken, chattel houses, stadsvilla’s, garages, tankstations, restaurants en cafés, winkels en kantoorgebouwen door wurmt, en waarop het verkeer zich meestal file-gewijs richting hoofdstad  tracht te bewegen.
      Zodra de weg in de buurt van de kust kwam verschenen hotels en resorts tussen de bebouwing. De H7 trekt langs plaatsen die op de kaart staan aangegeven als Christchurch, Maxwell, Dover, Worthing en Hastings, maar eigenlijk is het één aaneengesloten agglomeratie waarin de afzonderlijke plaatsen nauwelijks herkenbaar zijn.

Rumshops


''More than a thousand""

Uiteraard stond er langs de Highway Number 7 ook een flink aantal rumshops, kleine houten winkeltjes die een alcoholvergunning hadden en waar in een afgescheiden ruimte van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat de rumglazen van een luid discussierende en hoofdzakelijk mannelijke clientèle werden bijgevuld.
       Hoewel Barbados een Godvrezend land is met heel veel kerken kon je menig Barbadiaan grijnzend horen verkondigen dat er meer rumshops dan kerken op het eiland waren, “More than a thousand!”


Zed-aR

De gebouwtjes zelf vielen nogal op omdat allerlei bedrijven de uitbaters probeerden te strikken voor een gratis verfbeurt maar dan wel in hun eigen reclamekleuren.
      We reden in een Zed-aR - zo genoemd omdat de kentekens van dit soort “shared transport” busjes allemaal met ZR beginnen - dat zich in een wolk van harde muziek hortend en stotend en al claxonnerend over de Highway 7 voortbewoog.

Natuurlijk zat het vehikel overvol. Weinig mensen stapten uit, maar er kwamen er steeds meer bij. De busjes stopten als je ze een seintje gaf, hoewel ze officieel alleen maar mochten stoppen bij de houten bushokjes die op gezette intervals langs de route stonden en allemaal een vrouwennaam hadden gekregen.

Busstop


Populair

Voor 3 Barbadian Dollar (iets meer dan een Euro) mocht je mee tot waar je wilde. Het is het populairste transportmiddel in de dichtstbevolkte gebieden van Barbados. Verder weg in de meer rurale gebieden van het eiland zijn vooral de bussen van het Barbados Transport Board populair.
      Ze rijden minder frequent dan de Zed-aR’s maar je kan er overal mee komen.


Bridgetown

En opeens waren we in het historische centrum van Bridgetown, Barbados’ hoofdstad.

Zevenduizend mensen wonen hier, maar als je de hele agglomeratie meetelt waar we in het busje over de Highway Number 7 doorheen waren gereden, kom je al snel in de buurt van de honderdduizend.

De onmiskenbaar Engelse uitstraling kan je niet ontgaan als je door sommige straten van Bridgetown loopt. Tropisch zonnetje of niet.


Pleisterplaats

Ook The Garrison, een militaire pleisterplaats aan de rand van de historische stad, waar in de Brits-Caribische hoogtijdagen duizenden soldaten werden opgeleid en gehuisvest, lag er met haar prachtige koloniale bouwwerken rondom een groot open veld – The Savannah, tegenwoordig een geliefde picknickplek waar onder andere ook paardenraces worden gehouden - keurig bij.

Het historische centrum van Bridgetown is samen met The Garrison een UNESCO World Heritage Site.
      Eigenlijk net iets te Brits om echt Caribisch te zijn.

 

 

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen

 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh