Reizen (518)
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Zomer 1999
Uitwijken voor eland met kalf
Weg 25 ligt een slordige 100 kilometer boven Oslo in het oosten van Noorwegen.
Het is een mooie bochtige weg over heuvels met dichte dennenbossen.
Ergens tussen Elverum en Hamar gebeurde het.
Ineens liep daar een eland (met kalf) de weg op.
Je weet dat het kan gebeuren.
Overal staan waarschuwingsborden. En toch word je erdoor verrast.
Mijn Citroën CX zou de befaamde elandtest glansrijker doorstaan hebben dan de mini-Mercedes, want de beesten konden nog net ontweken worden.
Ongelukken
Ze zijn groot; elanden.
Mannetjes zijn groter dan twee meter, hebben een kop-romplengte van bijna drie meter en kunnen tot 800 kilo wegen. Vrouwtjes zijn zo’n 25% kleiner.
In Noorwegen en Zweden gaat het om een half miljoen dieren, waarvan er jaarlijks zo’n 100.000 worden afgeschoten.
Er gebeuren duizenden ongelukken per jaar.
Het aantal dodelijke ongelukken valt relatief mee, omdat de meeste wegen daar in Scandinavië niet breed zijn en nogal bochtig. Daarom kun je er niet zo hard rijden.
Bovendien hebben de mensen geleerd om zich gedisciplineerd in het verkeer te gedragen. Altijd weer een vreugde om mee te maken.

Knuffeldier
De eland is een soort nationaal knuffeldier. In Hamar vond ik een gespecialiseerd winkeltje, waar je ze in allerlei varianten kunt kopen.
Daar heb ik dit exemplaar aangeschaft.
- Details
- Categorie: Reizen (518)

Dolen in chaos
(Door Rolf Weijburg)
We huurden een auto die bij het hotel in Holetown zou worden afgeleverd. Service van de zaak. De auto kwam de parkeerplaats opgereden.
De car-rental agent parkeerde de wagen en stapte uit. Hij had zijn secretaresse meegenomen die een attachékoffertje kon ophouden als ware het een tafeltje zodat we er handig de contracten op konden tekenen.
Daarna werd me vriendelijk verzocht om het stel wel weer naar het kantoor terug te rijden zodat ze geen taxi hoefden te nemen of lopend hoefden terug te gaan.

Dichtbevolkt
Maar toen konden we dan toch op weg.
Met ongeveer 300 000 inwoners op een oppervlakte van 430 km2 is Barbados, het op 12 na kleinste land ter wereld, één van de dichtstbevolkte eilanden ter wereld. Als je op de kaart kijkt, zie je dan ook buiten de grote agglomeratie langs de zuid- en de zuidwestkust, een enorme hoeveelheid gehuchten en dorpen verspreid over het hele binnenland. Alleen langs de ruige Atlantische oostkust is het wat rustiger.
Al die dorpen moeten natuurlijk met elkaar verbonden zijn en daarom ligt Barbados helemaal vol met wegen. Kijk eens op deze kaart:

Wirwar
Het is één grote wirwar. De kaartenmaker heeft dan wel een aantal wegen door middel van kleurtjes aan elkaar geregen om zo de schijn te wekken dat er doorgaande wegen zijn, maar die zijn er niet echt. In de praktijk zijn die gekleurde wegen niet anders, niet breder en niet beter dan alle andere wegen.
Als je dan bedenkt dat er ook nog eens nergens richtingaanwijzers zijn, is het duidelijk dat het vinden van de juiste weg een flinke uitdaging is. Verdwalen is een algemeen verschijnsel op Barbados, uiteraard meer onder bezoekers dan onder bewoners.
De vele keren dat we aan iemand de weg moesten vragen werden we dan ook steevast begroet met een fikse schaterlach en een opmerking in trant van “Lost, aren’t you? Hahaha, welcome to Barbados”.

Geloof
We meanderden naar het noorden. Het was zondag en het religieuze leven was in volle gang. Uit al die kerken en kerkjes kwam gezang.

Klokken klonken. Mensen waren op hun paasbest. Het, hoofdzakelijk christelijk, geloof heeft Barbados in een benauwende greep.

Speights
We reden langs Speightstown een stad aan de noordwest kust, waar alleen de ijscoman nog aan het werk was.

Vergezichten
Vanaf de vlakke westkust was het land in noordoostelijke richting langzaam gaan stijgen. We slingerden de heuvels in en werden getrakteerd op prachtige vergezichten over de oostelijke kust.

Contrast
Het contrast met de west- en zuidkust van het eiland kon haast niet groter. Niks zachtjes wiegend turquoise water aan witte stranden die waren vervuild met door hotels geplaatste aaneengeschakelde rijen strandstoelen. Geen dobberende of pootjebadende toeristen hier.

Nee, hier bulderden de Atlantische golven heftig op het eiland en blies de wind een zoute mist over de ruige stranden. Als je hier wilde zwemmen moest je dat echt wel kunnen. Hotels waren er nauwelijks.



Gullies
Het eiland wordt in het noorden en westen doorsneden door diepe gullies, een soort groeven in het landschap tot wel 20 meter diep. Restanten van ondergrondse rivieren waarvan de “daken” langgeleden waren ingestort. Wel 250 kilometer gully ligt er op Barbados.

Eilandflora
Doordat de wind er nauwelijks invloed heeft, en de diepe smalle groeven oninteressant waren voor de suikerriet verbouw, kon in deze gullies veel van de oorspronkelijke eilandflora overleven. Vegetatieschuilplaatsen eigenlijk, waar een vochtig microklimaat voor een verrassend dichte junglevegetatie zorgt.
Hoewel de gullies slechts 5% van het eilandoppervlak beslaan, vind je er één derde van alle flora op het eiland. Een aantal van die gullies zijn Nationale Parken waar je over goed onderhouden paden aangenaam kunt wandelen.

Meerkatten
In deze gullies, maar ook in veel bewoonde gebieden kom je regelmatig apen tegen: de geelgroene meerkat. Deze apen komen oorspronkelijk uit West Afrika en zijn zo’n 350 jaar geleden met slavenschepen meegekomen naar onder andere Barbados.

Onderzoek
Buiten de natuurgebieden plunderen de beesten vaak landbouwgewassen. Ze worden daarom als een plaag gezien op het eiland. Ik geloof dat afschieten niet mag, maar je kon wel proberen om ze te vangen en ze op bepaalde plekken in te leveren.
De beesten werden vervolgens geëxporteerd naar de VS en het VK waar ze werden gebruikt voor onderzoek naar polio vaccins. Of dat nog zo is weet ik niet.
Barbados werkt aan zijn ecologisch imago en diervriendelijkheid hoort daar wellicht ook bij.

Je rommel opruimen ook, hoewel dat blijkbaar niet altijd vanzelf spreekt.
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld
Klik HIER voor alle afleveringen
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Voorjaar 2001
Langste autotunnel ter wereld
De langste autotunnel ter wereld ligt tussen Aurland en Lærdal in Noorwegen.
De tunnel is 24.51 km en is daarmee ruim zeven kilometer langer dan de St. Gotthard in Zwitserland.

De aanpak van een fobie
Nog geen half jaar na de opening in november 2000 ben ik er doorheen gereden. Samen met collega & vriendin Lida Iburg, die tot die tijd een tunnelfobie had.
We maakten er voor de VPRO-radio een programma van dat een beetje klinkt als een radiohoorspel uit vervlogen tijden.
Lærdal ligt iets ten noorden van de lijn Bergen-Oslo. Je kunt de tunnel het best bereiken vanuit Bergen dat aan de kust ligt. Het is 200 kilometer over de E39 en de E16.
Ruim 70 km van die afstand gaat door tunnels. Om precies te zijn: 46.
Niet zo'n heel plezierig vooruitzicht voor mensen met een tunnelfobie.
Een gat in de tunnel

Aanpassingen
Om het die mensen iets makkelijker te maken, zijn er in de Laerdaltunnel aanpassingen gemaakt. Dat is gebeurd na langdurig onderzoek.
De bruine en zwarte wanden, die in de Noorse tunnels voor enigszins spookachtige taferelen zorgen, zijn vervangen door lichtere tinten.
De gele of oranje T.L.lichten hebben plaats gemaakt voor fel wit licht.
Om de zes kilometer is het plafond van de tunnel verhoogd.
Daar is een soort blauwe hemel geschilderd met witte kristallen, die de indruk van sterren geven,
Alsof je weer even in de buitenlucht bent.
Om de 250 meter is een parkeerhaven met een telefoon, waarbij een SOS-Bord staat.
Er zijn diverse punten waar men rechtsomkeerd kan maken.
De radio en de mobiele telefoon blijven in de tunnel werken.
Wij maakten het programma als onderdeel van een serie over allerlei soorten angst.
Bij het voorbereiden van die programma’s hadden wij geleerd dat mensen die worden blootgesteld aan het onderwerp van hun angst -vliegtuig, lift, plein, tunnel etc- vaak minder last van hun fobie krijgen omdat gewenning optreedt.
Voor wij naar Noorwegen afreisden ging Lida naar een therapeut, die gespecialiseerd was in fobieën.
Hij raadde haar aan vooral te gaan, maar dan moest ze zich wel een paar dingen realiseren en een paar trucjes toepassen.
Ze moest uit haar hoofd zetten, dat ze om de één of andere reden de tunnel niet zou uitkunnen, waarna zij zou doodgaan.
Die kans was volgens de therapeut bijzonder gering.
Daarnaast was het goed om de tunnels na afloop een ’angstcijfer’ te geven (tussen 0 en 100) en moest zij zich voorhouden, dat iedere volgende tunnel minder erg zou zijn.
Verder moest zij vertrouwen hebben in de chauffeur -ik dus- en zou het ook geen kwaad kunnen als die chauffeur haar zou afleiden met mooie verhalen.
Wij vertrokken ’s ochtends vroeg uit Bergen en nog voor we die stad uit waren was er een eerste tunnel van 4 kilometer lang.
Lida kreeg het inderdaad bijzonder benauwd, maakte knoopjes los, deed de veiligheidsgordel af, ging zweten en begon te trillen.
(Ondanks mijn leuke verhalen)
Dat herhaalde zich nog diverse keren, maar allengs ging het beter, ook al omdat de tunnels vaak niet langer dan een kilometer waren.
Dan was er altijd weer snel een gat in de tunnel.

Lida Iburg voor de één na laatste tunnel (Gudvangen-Flåm)
De ergste
Tot de op één na laatste tunnel. Die was 11.4 kilometer lang.
Tweebaans, donkerbruin en gele T.L. lampen.
De angstscore was echter 70, terwijl wij al eerder door kortere tunnels waren gereden, waar de score 80 of zelfs 90 was.
Toen wij uiteindelijk de Lærdaltunnel door gingen bleken de aanpassingen heel goed te werken.
Eigenlijk was hier niets aan de hand. We stopten zelfs bij een parkeerplaats om even rustig om ons heen te kijken.
De terugweg was in zekere zin een makkie en in Nederland reed Lida Iburg voortaan zelf door de Maastunnel, iets wat ze tientallen jaren niet gedurfd had.
De balans van dit reisje:
De angstfobie was voor een belangrijk deel opgelost; we hadden een leuk programma gemaakt en ik had een mooie carrière als angsttherapeut gemist.

Spectaculair
Lærdal is overigens een leuk plaatsje dat in een spectaculaire omgeving ligt.
Bergen, fjorden, watervallen, snel stromende beekjes en onwaarschijnlijk frisse lucht.
Hier kun je op wilde zalm vissen, fantastische wandelingen maken, musea bezoeken, gestoofd elandvlees eten met cranberry-saus of prachtige boottochten maken.
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Zomer 1973
Koffie & ammoniak
We zijn met de auto op weg van Göteborg in Zweden naar het Noorse Kongsberg. Nog voor elf uur op maandagochtend bereiken we Oslo. Er staat een stevige wind en het regent. Alle winkels zijn gesloten. Vrijwel geen mens op straat. We besluiten naar het beroemde Norsk Folkemuseum te gaan. Dicht.
Tja..
Dan maar ergens een kopje koffie. Liefst een dubbele espresso. En misschien wel een cognagje erbij, omdat we doorweekt zijn en het behoorlijk koud hebben.
Maar dat valt op die natte maandagochtend in juli nog niet mee. Uiteindelijk belanden we in een donker etablissement, waar -behalve een mevrouw met een schortje voor- niemand is. De tafeltjes zijn bedekt met zeiltjes in een ruitjesmotief. Er staan vaasjes met namaakbloemen op. De houten vloer is net geboend en ruikt een beetje naar ammoniak. Aan de wand hangt een onbestemd landschapsschilderij.
De mevrouw met het schort spreekt nauwelijks Engels. Maar wij hebben een woordenboekje Nederlands-Noors en proberen espresso‘s te bestellen.
Dat is er niet. En cognac? Geen sprake van. Gewone koffie wel.
En of er ook iets te eten is?
Ja, dat is er.
De mevrouw verdwijnt en komt pas na een kwartier weer terug. Met vier koffie en vier harde koekjes.
Als we willen betalen, maakt ze ons duidelijk dat ze er niets voor wil hebben.
Pas bij het verlaten van de tent zien we dat achter het etablissement een kerkhof ligt.
- Details
- Categorie: Reizen (518)
Zoeken naar T-shirtjes en kaarten
Meestal is het heel eenvoudig. Je gaat naar een boekwinkeltje of een sigarenhandelaar. Daar zijn altijd ansichtkaarten.
Maar niet in Georgetown, hoofdstad van Guyana in Zuid-Amerika. En dat is knap lastig als je je kleinkinderen beloofd hebt om een kaartje te sturen.
Het was april 2004. De stand van zaken toen was: vier kleinzoontjes, waarvan er twee nog te klein waren om te gaan zeuren. Maar ja: die andere twee. En jawel, ik had ze ook nog t-shirts beloofd.
Ik liep door de straten en vond niets. Ik ging naar de grote Stabroek-markt; vergeefs.
Ik vroeg het aan mensen, die alleen maar raar gingen kijken. Ze hadden andere zorgen.
Guyana is het meest westelijke land van de drie Guyana’s in Zuid-Amerika. En niet Latijns Amerika want in Guyana spreken ze Engels, in Suriname Nederlands en in oostelijk Guyana Frans.
Voormalig Engels Guyana is arm, crimineel en onderontwikkeld. Na Haïti is ‘t het armste land van het zogeheten westelijk halfrond.
Per jaar komen er niet meer dan 2600 toeristen. Die hebben allemaal hun eigen fototoestel; dus waarom zou je ansichtkaarten produceren?
Guyana Stores

Maar ineens was daar dit blauw-witte gebouw. Guyana Stores dat ooit bij Bookers hoorde.
En ergens in een hoekje waren de kaarten. En in een andere hoek de T-shirts.
Het gebouw zelf stond er prominent op en gaf bovendien de bevestiging dat deze stad in dit land veel meer bij de Caraïben hoort dan bij Zuid-Amerika. Het cricketteam van Guyana bijvoorbeeld maakt onderdeel uit van de West-Indies.
Georgetown

37 Reservaten
Kijk eens goed naar deze serie. Misschien wilt u er wel eens naar toe. Goed voorbereiden, een gids nemen en je hebt een prachtige tijd. Verlaat Georgetown, regel vervoer (vooral vliegtuigjes en bootjes) en ga het land in.
Een prachtige natuur; jungles, bossen, bergen, valleien, wilde rivieren met kleurrijke vissen, watervallen, de meest exotische vogels, jaguars, kaaimannen en 37 Indianenreservaten.
Kusten met mooie stranden, reuzenschildpadden en de rum is de beste van de wereld.
Pakaraima Mountains

Linden

Cipo Mountain

De T-shirts

Sam (toen 2) en Luc (toen 4) in hun nieuwe T-shirts.
Subcategorieën
Reizen Aantal artikelen: 88
Pagina 58 van 106


