Reizen (518)

 

  • Yup, I’m telling you
  • (Door Iris Driessen, docent Nederlands VO)
  • We reden. Kilometers aan één stuk. Door de staat Virginia. Langs de weg stond een grote auto onder een soort marktkraampje. Op het dak een bord met daarop in koeienletters ‘GUNS’. Voor de auto een reclamebord met ‘Sale, new ammo prices’.
          Op de veranda zit John, een vriendelijk ogende man van een jaar of zeventig. Hij maakt een dubbelloops geweer met een vizier schoon. Ik begroet hem. Hij zegt: ’Hi there! We make America great again!’ Ik steek mijn duim op. Ik denk dat dat het goede antwoord is, want hij zet het geweer naast zich neer. 
          We kletsen wat. Over het weer. ‘Het is in geen tijden zo nat geweest in deze streek. Ze zeggen wel van alles over dat de mens schuldig is aan de klimaatverandering, maar dat is niet zo. Denk je nou echt dat wij zoveel veranderingen kunnen veroorzaken? De aarde bestaat al zolang en heeft al vele veranderingen ondergaan zónder de mens. Yup, I’m telling you!’ ‘Ja, ik verkoop geweren en pistolen. Iedereen denkt dat het hier het Wilde Westen is, maar dat is niet zo. Je wordt gecontroleerd door de FBI en door a bunch of psychologists. Yup, I’m telling you!’
          ‘Amsterdam; is dat nou het lánd Amsterdam of is het een stad? Ik ben nog nooit Amerika uit geweest. Ik heb niet eens een paspoort. Yup, I’m telling you!’ ‘Dit hondje heet Hobo. Ik heb haar gered van een brand. Ze is mijn cupcake. Ik heb drie dochters.
          En jij, als vrouw, jij begrijpt dit. Maar ik zei tegen ze: ’Je mag trouwen met wie je wil, maar hij moet wel van dieren houden. Dan weet je dat hij deugt. Ik houd van dieren. Yup, I’m telling you!’ ‘

    Oh, jouw kat is groter dan Hobo? Haha, ik heb er ook één van 22 pond. Die rolt zo van de bank af. Yup, I’m telling you!’ ‘Ja, maak maar een foto van mij en Hobo. Zorg ervoor dat mijn gun er goed op staat. Ik ga wel een beetje schuin staan.’ ‘Safe travels!’

 


 

 

Voor anker in Soufrière Baai


(Door Rolf Weijburg)

De Atlantische oceaan duwt zijn watermassa’s met kracht door de passages tussen de diverse eilanden van de Oostelijke Cariben. Ook de oversteek vanuit het Franse Martinique naar het noordwesten van Saint Lucia, het op 17 na kleinste land ter wereld, verliep onrustig.

 

Luwte

Eindelijk kwamen we in de luwte van Saint Lucia. De hele noordwestelijke kustlijn vanaf Pigeon Island (dat geen eiland meer is) via Gros Islet (dat ook geen eilandje meer is) tot aan de hoofdstad Castries leek bebouwd. We voeren langs Saint Lucia’s dichtstbevolkte regio waar meer dan een derde van de totale bevolking van het eiland woont.
       Op de achtergrond nergens vlak land leek het wel, overal bergen en dalen die donker groen de vochtige lucht in staken. We lieten de ingang tot de diepe baai aan het eind waarvan zich de hoofdstad Castries bevond spreekwoordelijk links liggen (ik zou later, na twee weken zeilen door buurland Saint Vincent & the Grenadines, hier aan land gaan om het eiland verder te bereizen) en trokken verder zuidwaarts.

De kust bleef even weelderig en bergachtig, maar de bebouwing verdween grotendeels. Alleen hier en daar nog een geïsoleerd dorpje dat als een watervalletje van de hellingen rolde.

 

Grand Caille Point

Totdat we Grand Caille Point naderden.


      

Vulkanische kegels

Opeens doemde in het zuiden aan de kust twee gigantische torens op. Twee bergen.
      Twee vulkanische kegels van bijna 800 meter hoog, toch zo’n zeven Domtorens op elkaar, zó recht vanuit zee. Petit Piton en Gros Piton.

We rondden de kaap en gingen voor anker in Soufrière Baai.

We waren zeker niet de enigen. Talloze jachten lagen hier voor anker of hadden een aanlegboei gehuurd bij een van de lokale uitbaters.
      De Pitons zijn één van de landschappelijke hoogtepunten van een tocht langs de eilanden.

 


Jalousie Resort Hotel

Tussen de twee Pitons ligt een dichtbegroeide bergkam, de Piton Mitan. Daaronder, right down the cleavage, zoals de Saint Lucianen graag zeggen, zagen we tussen de wuivende palmen en het witte strand van Jalousie Bay, de gebouwen van het Jalousie Resort Hotel.
      Notabene tússen de twee Pitons in en grenzend aan het water van het Pitons Marine Reserve. Je vraagt je af hoe het kan dat daar ooit vergunning voor is afgegeven.

 

Collin Tennant

Misschien was de initiator van dit alles gewoon té invloedrijk, want Collin Tennant, de 3de  Lord Glenconner, had niet alleen heel veel geld, hij had ook de juiste contacten. Tennant was de man die eind vijftiger jaren het eilandje Mustique in het naburige Saint Vincent & The Grenadines had gekocht en het had ontwikkeld tot een paradijs waar the Rich & Famous hun kapitale buitenhuisjes hadden. Princes Margaret, David Bowie, Mick Jagger, Bill Gates, Robert Plant ze hadden allemaal een opzichtige villa op Mustique.

      Toen Tennant in 1977 nadat hij het Mustique Airport had laten bouwen, op de rand van bankroet raakte, verkocht hij zijn Mustique aandelen aan een Venezolaanse verffabrikant, zijn eilandbezittingen aan de Onassis familie, en trok zich terug op Saint Lucia. Daar investeerde hij begin jaren tachtig zijn geld in het gebied tussen de twee Pitons, waarvan hij tweederde verkocht aan investeerders die er het Jalousie Plantation Resort bouwden en het zwarte strandzand vervingen door geïmporteerd zacht wit zand.

 

Bang between the Pitons

Tennant zelf bouwde op het overgebleven deel een rumwinkel en een restaurant dat hij Bang between The Pitons noemde. Ook voorzag hij latere verkoop van percelen voor de bouw en verkoop van luxevilla’s. Voor zichzelf kocht hij een minuscuul houten woninkje met gingerbread houtwerk dat hij vanuit het binnenland liet overplaatsen naar een plek aan het strand niet ver van het restaurant.
       Colin Tennant’s rijke en beroemde vriendjes en vriendinnetjes kwamen natuurlijk regelmatig over vanuit Mustique om te dineren in het restaurant aan zee.

Tennant is inmiddels overleden, het resorthotel en het restaurant zijn meerdere malen van eigenaar verwisseld en heten nu Sugar Bay Resort, de luxe villa’s zijn gebouwd en sommige nog te koop. De twee vulkaankegels zelf zijn in 2004 uitgeroepen tot een UNESCO World Heritage Site en hun iconische status lijkt alleen maar gegroeid.
    

Vlag  

Bij Saint Lucia’s onafhankelijkheid in 1979 verschenen de twee Pitons al op de nieuwe nationale vlag.

      Ze kwamen later ook terecht op de etiketten van het nationale bier en talloze andere bedrijven zijn de karakteristieke vormen voor hun logo’s gaan gebruiken.


Bier & water

 

 

 

 

 

 


Postzegels

 En uiteraard liet Saint Lucia Post zich ook niet onbetuigd



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen


 

 

 

 

 
Helen of the West Indies

(Door Rolf Weijburg)

Saint Lucia, het op 17 na kleinste land ter wereld, ligt in de boog van kleine eilanden in de oostelijke Cariben, tussen Martinique en Saint Vincent. Het eiland is vernoemd naar de dag dat Columbus het zou hebben zien liggen,13 december (1502), de dag van Sint Lucy. Saint Lucia is daarmee het enige land dat naar een vrouw vernoemd is. De bewoners zelf noemden het Hewanorra, het eiland van de leguanen, een naam die nu nog het internationale vliegveld siert.


Arowakken en Cariben

Net als de andere eilanden in de regio werd Saint Lucia oorspronkelijk bevolkt door de Arowakken en later door de Cariben. Op bijna alle andere eilanden in de regio werden de Caribische indianenvolkeren grotendeels uitgemoord door Europese overheersers.
       Net als de andere eilanden in de regio werd ook Saint Lucia herbevolkt met uit Afrika afkomstige slaven die op de plantages moesten werken en heeft het.zwaar geleden onder de niet aflatende strijd tussen Fransen en Engelsen in de 17e en 18e eeuw.
       Maar geen enkel eiland in de regio is zo vaak van kolonisator verwisseld als Saint Lucia: maar liefst 14 keer. Dan weer Frans, dan weer Brits. Een wereldrecord.

Map

Net als de andere Britse eilanden in de regio werd Saint Lucia deel van de British Windward Islands Colony. In 1958 ging deze kolonie op in de Federation of the West Indies, een semiautonome federatie waarin alle Britse koloniën in de Cariben waren samengevoegd maar die in 1962 alweer uiteenviel.
      Een laatste Britse poging tot federatie van uitsluitend de oostelijke Caribische bezittingen volgde in 1967 met de vorming van The West Indies Associated States, een opstapje naar totale onafhankelijkheid, waarbij iedere lidstaat zelf bepaalde wanneer het de overstap zou maken.

Onafhankelijk

Saint Lucia werd op 22 februari 1979 onafhankelijk van de Britten.
Hoewel het al bijna eeuwen geleden was, voelde het blijkbaar toch ook nog een beetje alsof het eiland nu eindelijk ook Frankrijk van zich had afgeschud …

      De zeventiende-eeuwse strijd tussen Fransen en Engelsen en het verlangen om het eiland met zijn betoverend mooie landschappen te bemachtigen waren aanleiding om Saint Lucia te vergelijken met de begerenswaardige mythologische figuur Helena, dochter van Zeus en Leda, de mooiste vrouw van Griekenland – zo niet van de hele wereld -, waardoor Saint Lucia tegenwoordig trots de bijnaam Helen of the West Indies voert.

Toerisme

Want mooi is Saint Lucia zeker. Het is één van de bergachtigste eilanden in de Cariben. Door dichte jungle begroeid, vol exotische vogels, vlinders en bloemenpracht, vruchtbare valleien vol bananenplantages. Kleurrijke dorpjes en spectaculaire landschappen.
Een heerlijke temperatuur en prachtige stranden maken het plaatje compleet. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het toerisme Saint Lucia’s grootste kostwinner is.

The Pitons

Subtitel: “Saint Lucia: the Pitons”, Rolf Weijburg, kleurets 2004, 50x53 cm

Welcome
Er zijn twee vliegvelden in het land. Eén, het George F.L. Charles Airport, voor vluchten uit de Cariben en Guyana (dat zich meer met de Cariben dan met Zuid Amerika verbonden voelt) ligt vlakbij de hoofdstad Castries in het noordwesten. De andere, Hewanorra, in het uiterste zuiden van het eiland nabij de stad Vieux Fort is voor vluchten uit Europa en Amerika.


Cruiseschepen

Hoewel het eiland twee vliegvelden heeft, komen de meeste bezoekers over zee. Niet zozeer met de express-ferry vanuit het Franse Martinique, of per zeiljacht – hoewel die er, vooral in het hoogseizoen van december tot maart, legio zijn -, maar per cruiseschip.
       De gigantische drijvende kolossen zijn een dagelijks verschijnsel in Saint Lucia. Eén van de twee cruise-terminals ligt direct aan het centrum van Castries en soms lijkt het alsof er van de ene dag op de andere opeens een flatgebouw in het overigens uitsluitend uit laagbouw bestaande hoofdstadje is gedumpt.


Waarschijnlijk zijn er maar weinig van al die toeristen (ruim een miljoen in 2019) die zich realiseren dat Saint Lucia in 2017 op de wereldranglijst van meest moorddadige landen op de 8ste plaats stond. Over het algemeen merk je daar ook niet zoveel van omdat veel van het geweld drugs gerelateerd is en zich afspeelt binnen de diverse rivaliserende gangs.
       Diefstal en overvallen worden echter ook steeds gewelddadiger en aanvallen op toeristen met (soms) fatale afloop zijn geen uitzondering meer.


Moordlijst


Catamaran

Ik had me op Martinique ingescheept op de catamaran van vriend Victor. Samen met twee andere vrienden zouden we vanuit Martinique langs Saint Lucia zuidwaarts varen naar Saint Vincent & the Grenadines.

We maakten een tochtje langs de westkust van Martinique en een dag later begonnen we aan de oversteek naar Saint Lucia.


 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen



 

Voorjaar 2005

This is New York; You know!


RUSTIG & INGETOGEN

Als je al vooroordelen hebt over de Amerikaanse samenleving (oppervlakkig, ongeïnteresseerd,  a-cultureel etc.) dan moeten die hier behoorlijk genuanceerd worden. 

      De bezoekers zijn goed gekleed; niemand heeft -in tegenstelling tot ‘het platteland‘- obesitas; men is rustig en ingetogen en laat zich informeren door deskundig personeel.

CASSETTES


Theme Time Radio Hour met Bob Dylan: Thema New York

                 HIER

 

  

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het Stenen Geld

(Door Rolf Weijburg)

Het geïsoleerde Yap is de meest westelijke van de vier deelstaten die samen de Federated States of Micronesia (FSM) vormen. Het op 18 na kleinste land ter wereld. Het land strekt zich uit over ruim 3000 kilometer oceaan met Yap als de meest westelijke deelstaat.


Grootste geld ter wereld

Economisch is de FSM van weinig betekenis: visserij, kopra en een beetje toerisme. Driekwart van de werkende bevolking is in overheidsdienst en wordt betaald vanuit de jaarlijkse financiële toelages van de US. Een vrij recente bron van inkomsten is de internet landsextensie .fm die verkocht wordt aan radiostations over de hele wereld.
      Over het algemeen is er weinig geld in de FSM.
Maar niet in Yap.

Yap heeft al eeuwenlang het grootste geld ter wereld. Qua formaat dan.

 Stenen munten
Yap is het eiland van het Stenen Geld. Overal liggen en staan grote en kleine Stenen Munten, zogenaamde fei in het Yapse landschap, soms wel met een diameter van meer dan drie meter. De steensoort waaruit de munten zijn gehouwen - een gekristalliseerde vorm van kalksteen, aragoniet, dat een klein beetje glinstert - is op Yap niet aanwezig.
      De dichtstbijzijnde plek waar het materiaal gevonden wordt is op het eiland Babeldaob, het grootste eiland van de Republiek Palau, zo’n 500 kilometer naar het zuidwesten.

Prauwen

Al sinds de vroege Middeleeuwen varen de mannen van Yap met hun houten zeil-prauwen de gevaarlijke tocht naar Palau om daar de munten uit de steengroeves te houwen - een zware klus met uitsluitend van koraal gemaakt gereedschap - en ze, soms met behulp van bamboe vlotten, terug te varen naar Yap.

Gat in het midden

De munten kunnen meer dan een ton wegen. Door lange palen door een gat in het midden te “rijgen” konden de gevaartes door vele mannen tegelijk worden vervoerd.
      Iedere Stenen Munt vertegenwoordigt een bepaalde waarde die niet alleen gelieerd is aan het feit dat de steensoort niet op Yap bestaat en dus sowieso zeldzaam is, maar ook afhankelijk is van leeftijd, grootte, zwaarte en schoonheid. Daarnaast kon het aantal levens dat bij het winnen en transporteren verloren ging de waarde flink opschroeven.
      Had je zo’n steen in je bezit, dan kon je hem voor van alles gebruiken. Niet zozeer voor de aanschaf van dagelijkse benodigdheden - daar bestond in Yap een ander soort geld voor: schelpenkettingen -, maar meer voor zaken als bruidsschatten, aanschaf van land of schepen en het opvangen van een mislukte oogst.


Zwaar

Maar de Stenen Munten zijn zwaar. Vaak zó zwaar dat je ze echt niet zomaar kunt verplaatsen. Maar eigenlijk hoefde dat ook nooit. Had je een munt als betaling voor iets gebruikt, dan was het voldoende dat iedereen wist dat die bepaalde Stenen Munt nu dus van iemand anders was. Het collectieve geheugen als grootboek.
      Sommige Stenen Munten hebben het eiland nooit gehaald, die waren in een storm bijvoorbeeld van een boot of vlot geschoven en op de zeebodem  terechtgekomen. De algemene wetenschap echter dat die steen daar op de zeebodem ligt was voldoende om de waarde en de verhandelbaarheid ervan te behouden. Verplaatsen was nergens voor nodig. Weten was belangrijker.

      U ziet de paralellen met internet bankieren of de Bitcoin.


David Dean O'Keefe

 

Rond 1871, toen Yap nog steeds de Stenen Munten gebruikte maar de Duitsers hun eerste handelsposten al aan het opzetten waren, verscheen David Dean O’Keefe aan de Yapse horizon.
      Deze Amerikaanse zeeman van Ierse afkomst voer mee op een parelduikexpeditie toen het schip tijdens een tyfoon vastliep op het rif van Yap en verging. O’Keefe werd door de Yapezen gered, verbleef enige tijd op het eiland, vertrok, maar keerde twee jaar later met een eigen schip weer naar Yap terug. O'Keefe had een plan.


Kopra
     

Hij had in de tussentijd flink wat geld verdiend met de kopra-exploitatie en -handel (gedroogd vruchtvlees van de kokosnoot voor de productie van kokosolie) en keerde terug naar het vriendelijke Yap om ook daar een grote handel in kopra op te zetten.


 

Vruchtbaar

De zachtmoedige Yapezen waren echter nauwelijks geïnteresseerd in het geld dat O’Keefe hen in het vooruitzicht stelde als ze op zijn plantages zouden werken. De eilanden waren immers vruchtbaar genoeg, er was ruim voldoende fruit, groente en vis voor gratis consumptie en veel anders was er niet nodig. In geld was niemand geïnteresseerd … tenzij het om Stenen Geld ging.
      O’Keefe zag de obsessie van de Yapezen met hun Stenen Geld en ging de eilandbewoners helpen om hun munten uit Palau te halen. Hij vervoerde de mannen met één van zijn schepen - veel veiliger, sneller en comfortabeler dan de lokale prauws -, ontwikkelde nieuwe graafmethodes en gereedschap en vervoerde de uitgehouwen munten weer terug naar Yap. In ruil daarvoor leverden de Yapezen kopra.
      Tegen 1880 was de Amerikaanse Ier (met zijn bijna 2 meter en zijn rode haar en baard, een imposante figuur) zo succesvol in de kopra-handel dat Yap één van de drukste havens in de westelijke Pacific werd.

Tarang

 

Eigen vlag

O’Keefe had inmiddels twee lokale vrouwen getrouwd. Hij had een groot stenen huis laten bouwen op het eilandje Tarang in de baai van Yap waar hij leefde omringd door waardevolle antieke meubels, een piano, zilveren bestek en duizenden boeken in een gigantische bibliotheek. Op het eilandje stonden verder nog pakhuizen, slaapvertrekken voor het personeel en er was een scheepswerf. In O’Keefe’s Canteen werd lokale rum verkocht en O’Keefe’s weinig fantasievolle eigen (O.K.) vlag wapperde aan een hoge vlaggenmast. David Dean O’Keefe was Koning van Yap.

      Totdat in 1889 bladluizen een plaag werden en de kokospalmen decimeerden. De export van kopra liep in rap tempo terug. Tot overmaat van ramp raasden diverse heftige tyfoons datzelfde jaar over de eilanden waardoor er nog maar heel weinig van de plantages overbleef. De hogere productie van Stenen Munten die minder menselijk leed hadden gekost had ook nog eens gezorgd voor een flinke inflatie, een fenomeen dat tot dan toe onbekend was, en iedereen raakte ontevreden. Niet in de laatste plaats de Duitsers die het succes, de rijkdom en de arrogante onafhankelijkheid van O’Keefe al veel langer een doorn in het oog waren.

      De situatie werd onhoudbaar en in april 1901 besloot O’Keefe te vertrekken. Hij liet zijn twee vrouwen achter maar nam zijn twee oudste zoons mee. Ze scheepten zich in op de schoener Santa Cruz die op weg was naar Amerika.
      Ergens midden in de Pacific is het schip in een tyfoon terecht gekomen en vergaan.
Van David Dean O’Keefe heeft nooit iemand meer iets vernomen … 


Film

O’Keefe’s verhaal is in de jaren vijftig verfilmd met Burt Lancaster in de hoofdrol. De niet bijster succesvolle film was opgenomen in Fiji.
      Yap zelf is inmiddels weer teruggegleden naar een slaperig backwater in de westelijke Pacific. Een geïsoleerde plek in een versnipperde federatie waar je alleen maar vanuit het buitenland kunt komen. Hoewel je er nu met de Amerikaanse Dollar betaalt, ligt het er nog steeds bezaaid met Stenen Munten die langzaamaan weer in waarde toenemen.

 


 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen


 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh